Spelregel wijzigingen/verduidelijking

Informatie van de scheidsrechter commissie:

Wisselprotocol met Tijdslimiet

Inleiding

In dit protocol staat hoe spelers moeten wisselen tijdens een wedstrijd. Het doel is om vertraging en verstoring van het spel te voorkomen.

Procedure

  • Start van de Wissel: Zodra het wisselbord wordt getoond of wanneer de scheidsrechter het teken geeft, moet de speler die gewisseld wordt het speelveld verlaten:
    • Dit moet binnen tien seconden.
    • Hij moet dit doen via het dichtstbijzijnde punt op de doel- of zijlijn, tenzij de scheidsrechter anders zegt.
  • Tijdsaftelling:
    • De scheidsrechter telt de laatste vijf seconden visueel af. Dit kan ook mondeling worden ondersteund.
  • Als de Speler Niet Op Tijd Vertrekt:
    • Als de wisselende speler het veld niet binnen tien seconden verlaat, moet hij alsnog zo snel mogelijk vertrekken.
    • De invaller mag in dat geval het veld niet betreden.
    • Het spel wordt hervat zonder de wissel.
    • De invaller kan pas bij de eerste spelonderbreking, na één minuut, het veld betreden en alleen met teken van de scheidsrechter.
  • Bij Meerdere Wissels:
    • Als er tijdens dezelfde onderbreking meerdere wissels plaatsvinden, moeten alle spelers binnen tien seconden het veld verlaten vanaf het moment dat het wisselbord is getoond of het teken is gegeven voor de laatste wissel.
  • Waarschuwing bij Vertraging:
    • Als de tien seconden worden overschreden, krijgt de te wisselen speler alleen een gele kaart als de vertraging buitensporig is.
  • Uitzonderingen op de Tijdslimiet:
    • De scheidsrechter kan besluiten om de tien seconden niet toe te passen als:
      • Een blessure voorkomt dat een speler op tijd het veld verlaat.
      • Veiligheid of beveiliging in het geding is.

Belangrijkste Doel

Het aftellen is bedoeld om het spel snel te houden. Een invaller mag het veld betreden als de te wisselen speler zich bijna bij de zijlijn bevindt op het moment dat de scheidsrechter het aftellen beëindigt.

Richtlijnen ‘Alleen de aanvoerder’

Vanaf 1 juli 2027 gelden deze regels voor alle competities die dan starten.

Waarom deze regels?

Respect en sportiviteit zijn belangrijk in het voetbal. Scheidsrechters krijgen regelmatig te maken met protesterende spelers. Soms rennen meerdere spelers tegelijk op de scheidsrechter af. Dat is niet respectvol en kan intimiderend zijn.

Om de rust op het veld te bewaren en de communicatie duidelijker te maken, mag in principe alleen de aanvoerder met de scheidsrechter praten over belangrijke beslissingen.

De belangrijkste afspraken

  • Spelers mogen normaal met de scheidsrechter communiceren. Dat blijft belangrijk om misverstanden te voorkomen.
  • Protesteren met woorden of gebaren is niet toegestaan. Iedere speler, ook de aanvoerder, krijgt daarvoor een gele kaart.
  • De scheidsrechter kan belangrijke beslissingen uitleggen aan de aanvoerder of aan de speler die direct bij de situatie betrokken was.

Alleen de aanvoerder

Bij belangrijke beslissingen gelden de volgende regels:

  • Alleen de aanvoerder mag de scheidsrechter benaderen.
  • De aanvoerder doet dit altijd op een respectvolle manier.
  • De scheidsrechter kan spelers wegsturen als zij zich met het gesprek willen bemoeien.
  • De aanvoerder zorgt ervoor dat teamgenoten afstand houden van de scheidsrechter.
  • Spelers die toch naar de scheidsrechter toe gaan of hem omsingelen, krijgen een gele kaart.
  • De scheidsrechter mag de hervatting van het spel uitstellen zodat de aanvoerder de beslissing aan zijn of haar team kan uitleggen.

Uitzonderingen

De scheidsrechter mag ook praten met een andere speler als dat nodig is. Bijvoorbeeld wanneer:

  • de speler een overtreding heeft gemaakt;
  • de speler het slachtoffer is van een overtreding;
  • de speler geblesseerd is.

Als de doelverdediger aanvoerder is

Is de keeper de aanvoerder? Dan gelden extra afspraken:

  • Voor de aftrap moet worden aangegeven welke veldspeler namens de keeper met de scheidsrechter mag praten.
  • Alleen de keeper óf de aangewezen veldspeler mag de scheidsrechter benaderen, niet allebei.
  • Wordt de aangewezen speler gewisseld of uit het veld gestuurd, dan moet een andere speler worden aangewezen.

Jeugd, veteranen, G-voetbal en laagste niveaus

Voor het jeugdvoetbal, veteranenvoetbal, G-voetbal en het voetbal op de laagste niveaus kunnen aangepaste richtlijnen gelden.

 

Scroll naar boven