Namens de scheidsrechtersvereniging hierbij de nieuwe regels van de KNVB:
Protocol aftellen bij inworp en doelschop
Doel
Bij een inworp of doelschop heeft een team maximaal vijf seconden om de hervatting uit te voeren. Dit voorkomt tijdrekken en houdt het tempo in de wedstrijd.
Als de vijf seconden voorbij zijn en de bal nog niet in het spel is, krijgt de tegenpartij de hervatting.
Wanneer start de scheidsrechter met aftellen?
De scheidsrechter kan beginnen met aftellen als een speler of team de hervatting bewust vertraagt. Bijvoorbeeld wanneer een speler:
- de bal langzaam ophaalt;
- bij een inworp op de verkeerde plek gaat staan;
- de bal bij een doelschop op de verkeerde plek neerlegt;
- onnodig lang wacht met het nemen van de inworp of doelschop.
De scheidsrechter hoeft dus niet te wachten tot een speler de bal in handen heeft of bij de bal staat.
Hoe telt de scheidsrechter af?
De scheidsrechter kan eerst met de fluit en/of stem aangeven dat de speler moet opschieten.
Daarna start de scheidsrechter de zichtbare aftelling van vijf seconden. De scheidsrechter:
- fluit om de aftelling duidelijk te starten;
- maakt met hand of arm duidelijk dat de hervatting moet worden genomen;
- telt zichtbaar af met een opgeheven hand;
- kan de aftelling ook hardop ondersteunen.
De scheidsrechter mag direct beginnen met aftellen, ook zonder eerst te waarschuwen.
Wat gebeurt er na vijf seconden?
Als de bal na vijf seconden nog niet in het spel is:
- Bij een inworp: de tegenpartij krijgt een inworp vanaf dezelfde plaats.
- Bij een doelschop: de tegenpartij krijgt een hoekschop aan de kant die het dichtst bij de plaats van de doelschop ligt.
Gele kaart
Alleen het overschrijden van de vijf seconden levert geen gele kaart op.
Een gele kaart kan wel worden gegeven als de speler of een ploeggenoot daarna de hervatting van de tegenpartij op een duidelijke of overdreven manier vertraagt.
Belangrijk
Het doel van deze regel is niet om spelers te straffen, maar om tijdrekken te voorkomen.
Is een speler op het moment dat de vijf seconden voorbij zijn duidelijk bezig met het uitvoeren van de inworp of doelschop, dan hoeft de scheidsrechter de hervatting niet aan de tegenpartij toe te kennen.
Protocol: behandeling en beoordeling buiten het veld
Waarom dit protocol?
Als een veldspeler geblesseerd raakt en op het veld wordt beoordeeld of behandeld, moet hij normaal gesproken het veld verlaten. Hij mag pas één minuut na de hervatting van het spel terugkomen.
Dit geeft het medisch personeel tijd om de speler buiten het veld goed te beoordelen. Ook voorkomt het onnodige vertragingen tijdens de wedstrijd.
Wanneer moet een speler het veld verlaten?
Een veldspeler moet het veld verlaten als één of meer van deze situaties zich voordoen:
- Het spel wordt onderbroken vanwege een mogelijke of daadwerkelijke blessure.
- De scheidsrechter geeft het medisch personeel toestemming om het veld te betreden.
- De scheidsrechter vraagt of de speler medische hulp nodig heeft op het veld en de speler zegt dat hij die hulp wil.
Het medisch personeel mag de speler op het veld kort beoordelen, maar mag hem daar normaal gesproken niet behandelen. Na deze eerste beoordeling moet de speler het veld verlaten, behalve bij de uitzonderingen hieronder.
De periode van één minuut
- De minuut begint zodra het spel weer wordt hervat.
- De tijd loopt door, ook als het spel opnieuw wordt onderbroken.
- De scheidsrechter houdt de tijd bij. Andere wedstrijdofficials kunnen daarbij helpen.
- De speler mag alleen terugkomen met toestemming van de scheidsrechter.
- Als de bal in het spel is, moet de speler via de zijlijn terugkeren.
- Als de bal uit het spel is, mag de speler via de zijlijn of doellijn terugkeren.
- Wordt de geblesseerde speler gewisseld? Dan hoeft de wissel niet te wachten tot de minuut
voorbij is.
- Eindigt een speelhelft voordat de minuut voorbij is? Dan mag de speler aan het begin van de
volgende speelperiode terugkomen. Dit geldt ook:
- tussen de reguliere speeltijd en de verlenging;
- tijdens de rust in de verlenging;
- tussen de verlenging en de strafschoppenserie.
Wanneer hoeft een speler niet één minuut buiten het veld te blijven?
De speler hoeft niet verplicht één minuut buiten het veld te blijven in de volgende gevallen:
- De speler heeft geen behandeling nodig.
- De speler geeft aan geen medische hulp nodig te hebben, tenzij het spel speciaal voor zijn blessure is onderbroken.
- De speler verlaat zelf het veld, tijdens het spel of bij een onderbreking, zonder de hervatting te vertragen.
Uitzonderingen waarbij behandeling op het veld is toegestaan
De speler mag op het veld behandeld worden en hoeft niet verplicht één minuut weg te blijven als:
- de doelverdediger geblesseerd is;
- een doelverdediger en een veldspeler botsen en direct verzorging nodig hebben;
- twee spelers van hetzelfde team botsen en direct verzorging nodig hebben;
- er sprake is van een ernstige blessure, zoals een hoofdblessure, vermoedelijke hersenschudding, hartprobleem, toeval of verstikking;
- de speler geblesseerd raakt door een overtreding waarvoor de tegenstander een gele of rode kaart krijgt;
- er een strafschop is toegekend en de geblesseerde speler zelf de strafschop neemt.
